Contacteer ons

X

Illustratievoorbeeld

Illustratievoorbeeld

Laat ons vertrekken van twee gezinnen met een identieke familiale situatie: een weduwnaar met 2 kinderen.

Weduwnaar A zijn vermogen bestaat voor 100% uit beleggingen en liggend geld: totaal € 800.000.

Weduwnaar B zijn vermogen bestaat uit een woning van € 400.000 en een spaarboekje van € 400.000.

Wat gebeurt er nu bij overlijden?

·       Weduwnaar A: de € 800.000 wordt verdeeld over de 2 kinderen. Zij krijgen elk € 400.000. Zij betalen hier elk € 60.000 op of in totaal € 120.000.

·       Weduwnaar B: de kinderen krijgen elk de helft van de woning (€ 200.000) en betalen hierop elk € 15.000. Hetzelfde doet zich voor bij het spaarboekje: ze erven elk € 200.000 en betalen hierop elk € 15.000. In totaal hebben ze dus betaald: € 30.000 op de woning + € 30.000 op het spaarboekje of € 60.000 in totaal

Dit betekent een verschil van € 60.000 in successierechten.

Oorzaak

Doordat familie A geen opsplitsing kan maken tussen onroerend en roerend valt een groot deel van de erfenis van elk kind in de hoogste schijf van 27% (€ 400.000 - € 250.000).

Bij de familie B valt er geen enkel deel in de 27%. Het grootste belastbare deel in elke pot is immers € 200.000 en daardoor blijft men in de goedkopere tarieven.

<<Terug