Contacteer ons

X

Opiniestuk: 'Vermogenswinstbelasting': een boemerang voor 'de gewone man'

Inleiding

In alle media leest men vandaag dat de gewone man de grote dupe is van de regeringsmaatregelen en dat er dringend een vermogenswinstbelasting moet komen zodat de rijken ook hun steentje bijdragen.

Uiteraard lezen wij als 'gewone man' ook met grote belangstelling deze artikels. Vooral de vakbonden in hun typische stijl: 'veel lawaai maar nooit zeggen wat er dan wel moet gebeuren' komen hierbij uitgebreid aan bod.

Wij vroegen ons af: 'Wie is die gewone man?' en 'Hoe kan die vermogenswinstbelasting eruit zien?'.

Het antwoord op de eerste vraag is uiteraard iets sbjectief: Wat voor mij een gewone man is, is dat daarom niet voor mijn gebuur.

Daarom verduidelijken we toch even wat voor ons de gewone man is.

Het gaat hier om een gezin waar man (en meestal ook de vrouw) gaan werken, die een eigen huis hebben, minstens één gezinswagen en die minstens éénmaal op reis gaan per jaar. Zij hebben bovendien een spaarrekening van hoogstens € 100.000.

Geef toe, dit is een vrij ruime definitie van de gewone man nietwaar?

Dit betekent uiteraard dat we iedereen die meer heeft, gaan bestempelen als rijken. 

De vermogenswinstbelasting

Misschien even voor alle duidelijkheid:

  1. Mensen die met hun kapitalen in het buitenland zitten kunnen hier niet belast worden en de kans dat ze met een nieuwe wetgeving wel zouden kunnen belast worden is miniem.
  2. De Luxleaks waar zoveel over te doen is dezer dagen betreffen volledig legale afspraken tussen belastingplichtigen en een overheid. Zelfs al vraagt België deze afspraken honderd keer op, hier zal geen enkele extra belasting uit voortvloeien voor de Belgische overheid. Een klein kansje is er dat er zwart geld zou tussen zitten maar wij kunnen ons niet indenken dat een gerenommeerd kantoor hier zijn handen zou aan vuil maken. 
Kortom, wij gaan ons concentreren op de rijken die met hun vermogen in België zitten. Vermogen, dat is beleggingen, vastgoed en eigen ondernemingen.

Wij zullen achtereenvolgens behandelen:
  • de meerwaarde op aandelen (Coucke, herinnert u zich?) en obligaties
  • de opbrengsten uit aandelen (dividenden) en obligaties (interesten)
  • de opbrengsten uit spaarrekeningen
  • de opbrengst uit vastgoed
De meerwaarde op aandelen en obligaties

Wij moeten hierbij al beginnen met een belangrijke nuance: een meerwaarde op aandelen kan je hebben omdat je belegd hebt in aandelen op een beurs maar ook omdat je uw bedrijf hebt verkocht (Coucke).

Om te beginnen met het laatste: als we rekening houden met de werkgelegenheid die de heer Coucke heeft geschapen, de sociale lasten en de belastingen die hierdoor zijn betaald door het personeel en door de vennootschap zelf, dan zou ik als overheid dergelijke mensen op mijn knieën danken dat zij hun activiteit hebben willen uitbouwen in België en niet in een laag-loon-land. Anders gezegd: hierop belastingen invoeren is voor een stuk economische zelfmoord.

Maar laat ons nu ervan uitgaan dat iedere ondernemer er toch kan mee leven dat er hier 25% op gerekend wordt, op wat ga je die 25% berekenen?

Op het verschil tussen de waarde van de aandelen bij de oprichting en de prijs die je er voor krijgt? Dat zou wel eens een bom kunnen geven voor de kleine ondernemer.

Verduidelijking: wij hebben twee bedrijven. Bedrijf A heeft een kapitaal van € 1.000 en heeft gedurende tientallen jaren zijn winsten niet uitgekeerd zodat ze konden geïnvesteerd worden in het bedrijf. De gereserveerde winsten bedragen € 500. Met andere woorden, het eigen vermogen van deze vennootschap bedraagt € 1.500.
Bedrijf B is opgericht met externe investeerders, ook met een kapitaal van € 1.000. Gezien het om externe investeerders gaat hebben die ieder jaar geëist dat de winst zou worden uitgekeerd. Er zijn dus geen reserves en dus is het eigen vermogen gelijk aan het kapitaal: € 1.000

Zowel A als B worden morgen verkocht voor € 5.000. Beiden realiseren fiscaal een meerwaarde op hun aandelen van € 4.000. Het is echter duidelijk dat de echte meerwaarde bij A slechts € 3.500 is en bij B € 4.000.

25% op de meerwaarde vragen betekent dat A nogmaals belast wordt op zijn opgepotte reserves die zelf het resultaat zijn van belaste winst.

Dit wordt dus een moeilijke oefening.

Geen probleem, wij laten de ondernemers buiten het schootsveld en we gaan ons focussen op de beleggers in aandelen.

Alleen, hoe ga je dat opvolgen? Je zal moeten weten aan hoeveel de verkochte aandelen ooit gekocht zijn geweest. Wat met een belegger die elke maand 100 aandelen koopt van Petrofina telkens aan een verschillende prijs en ieder jaar hiervan ook een hoeveelheid verkoopt. Dewelke heeft hij dan verkocht? Die van de laatste maand of de oudste? De goedkoopste of de duurste? En wie gaat dat allemaal opvolgen?

Veronderstel dat de banken of de overheid zeggen: geen probleem,wij kunnen dat opvolgen.

Dan gaan wij naar het volgende probleem: betrokken belegger doet op zijn verkoop van Petrofina € 5.000 winst maar hij verkoopt ook zijn bankaandelen en doet hierop een verlies van € 5.000. Zijn netto-opbrengst is nul. Je kan nu toch moeilijk gaan zeggen als overheid: wij gaan uw winst belasten maar het verlies is voor u? Dit wordt toch politiek moeilijk verdedigbaar: mensen belasting laten betalen op een inkomen dat er niet is geweest?

Met andere woorden: meerwaarden belasten op aandelen en obligaties is, los van het opvolgingsaspect, nog niet zo evident. Aanvaarden van aftrekbaarheid van minderwaarden zou er trouwens voor zorgen dat in een slecht beursjaar dergelijke belasting niets zou opbrengen. 

De opbrengsten uit aandelen en obligaties

Deze worden momenteel al belast aan 25%. Men vreest dat een verhoging er toe zou leiden dat mensen niet meer willen investeren in aandelen en dat dit dus een negatieve impact zou hebben op de economie.

Ethisch en moreel is dit nochtans verdedigbaar: waarom moet iemand die de ganse dag in zijn zetel zit 75% overhouden van zijn opbrengst terwijl iemand die hiervoor de ganse dag zit te werken slechts 30% overhoudt (100% loonlast - 50% sociale bijdragen (werkgever + werknemer) = 50% - 40% gemiddeld belastingtarief op deze 50%)?

Politiek echter ook weer moeilijk te verkopen.

De inkomsten uit spaarrekeningen

Hier zit inderdaad een belangrijke bron van inkomsten: de geliefkoosde fraude die door duizenden Belgen al jaren wordt beoefend: het openen van verschillende spaarboekjes om te kunnen genieten van de vrijstelling van de interesten tot een zeker bedrag.

Beste lezers, dit is fraude, niet meer en niet minder en dit moet er dus uit. Is dit trouwens moeilijk? Zeker niet: iedereen betaalt 15% op zijn opbrengsten en vraagt via zijn belastingaangifte de teruggave aan voor de belasting op het vrijgesteld bedrag. Simpel als pompwater.

Het kot zal echter weer te klein zijn. De vakbonden zullen weer als wolven huilen:' De gewone man met zijn spaarboekje wordt aangepakt en de grote fraudeurs en de rijken die ontsnappen weer.'

Rekening houdende met onze definitie van de gewone man met een spaarrekening van minder dan € 100.000 en rekening houdende met de huidige interesttarieven zitten we hier nochtans bij de rijken. Immers voor een opbrengst van € 1.880 (huidig vrijgestelde opbrengst) moet je een aan 1% rendement een kapitaal hebben van € 188.000.

Bovendien is er al een bevoorrecht regime voor deze beleggingsvorm: slechts een tarief van 15%.

Als je weet dat er ongeveer 250 miljard euro op spaarboekjes staat...  

De opbrengsten uit vastgoed

Velen zullen het niet eens zijn met mij maar als je een tweede vastgoed bezit behoor je volgens mij toch al tot de rijkere mensen.

Nu zijn er twee mogelijkheden: het gaat om een buitenverblijf voor eigen doeleinden of het gaat om een opbrengsteigendom.

Wij concentreren ons even op het tweede omdat dit een categorie is die bewust gekozen heeft om zijn geld niet te beleggen in roerende zaken (zie hierboven) maar in onroerende eigendom.

En hier komen we terug op iets heel raar in onze Belgische belastingwetgeving: Ik heb mijn geld geïnvesteerd in een kantoorgebouw (kadastraal inkomen € 750) en mijn gebuur in een gezinswoning (kadastraal inkomen € 750). Beiden verhuren wij deze eigendom en incasseren jaarlijks € 6.000 huuropbrengst. 

Ik zal belast worden op basis van (een gecorrigeerde) huuropbrengst, meer bepaald op een bedrag van € 3.950. Mijn gebuur daarentegen zal belast worden op basis van zijn gecorrigeerd kadastraal inkomen, meer bepaald op een bedrag van € 1.765 euro.

Ligt hier geen mooie bron van faire extra belasting? Ook hier moet, zoals bij de spaarboekjes, geen extra investering worden gedaan om dit op te volgen. Het gaat hier om gegevens die bekend zijn bij de fiscus.

Ook hier zijn echter hevige tegenstanders van. Zij motiveren dat bij een beroepsmatige verhuur langs de andere kant iemand deze huur heeft afgetrokken als kost en dus minder belastingen heeft betaald en dat het dus logisch is dat de genieter belast wordt op de ontvangsten. Bij privéverhuur wordt de huur door een particulier betaald met geld dat reeds belast geworden is en dat hij dus nergens in mindering nog kan brengen.

Ik moet bekennen, het zal mij worst wezen wat er aan de betalende kant met die uitgave is gebeurd. Als investeerder zie ik dat ik gewoon een heel verschillend rendement heb.

Besluit

Zoals je hierboven kon lezen zijn er twee beleggingsvormen die zonder al teveel kosten of administratieve aanpassingen kunnen aangepakt worden en waarin momenteel hetzij zwaar gefraudeerd wordt, hetzij een unfaire belastingssituatie bestaat: de spaarboekjes en de verhuurde woningen.

Rekening houdende met onze definitief van 'de gewone man' en de oplossing die er kan gegeven worden aan de spaarboekjes, is het duidelijk dat we hier te maken hebben met het segment van 'de rijken'.

Wedden echter dat het kot weer te klein zal zijn en dat 'de gewone man' toch iets rijker zal zijn dan dat wij allen denken?

<<Terug>>

Reageer