Contacteer ons

X

De verlieslatende zelfstandige (in bijberoep) Geschreven op 13 October 2013

Inleiding

Kan u het zich voorstellen beste lezer. U heeft een hobby (paarden fokken is bijvoorbeeld een favoriet in deze materie) en u denkt: als ik daar nu eens een bijberoep van maak dan trek ik niet alleen de BTW terug op mijn aankopen maar kan het verlies dat ik jaarlijks leid ook nog eens van mijn normale belastbare inkomsten van mijn hoofdactiviteit als bediende aftrekken. Resultaat is dat ik ieder jaar een mooi bedrag aan belastingen kan recupereren.

Dit laatste is uiteraard de natte droom van elke belastingplichtige. De vraag is echter hoe de fiscus daar over denkt.

Hoe staat de fiscus hiertegenover?

Bovenstaande situatie treft men regelmatig aan bij mensen in bijberoep. In hoofdberoep zou je immers na een aantal jaren in faillissement terecht komen. Betrokkenen zullen kunnen bevestigen dat, wanneer zij een fiscale controle krijgen, de fiscus doorgaans bereid zal zijn van het op een akkoord te gooien door de uitgaven te beperken tot de inkomsten zodat er noch een belastbaar resultaat is, noch een aftrekbaar verlies dat zou aanleiding geven tot het terug trekken van belastingen (meer bepaald de reeds betaalde bedrijfsvoorheffing).

In veel gevallen is dit een respectabel akkoord om bepaalde overdrijvingen van de belastingplichtigen te corrigeren. In sommige gevallen is dit echter volledig rechtmatig en wordt inderdaad de verlieslatende activiteit gefinancierd met de belastbare beroepsinkomsten uit andere activiteiten en is het dus normaal dat het verlies hierop zou kunnen verrekend worden.

Hoe staat de rechtbank hier tegenover?

Laat ons om te beginnen misschien eerst eens beginnen met een algemeen beginsel uit het fiscaal recht toe te lichten: de opportuniteitsbeoordeling van de kosten.

Dit beginsel stelt dat de fiscus zich niet te moeien heeft met de wijze waarop u uw activiteit voert en welke kosten u hiervoor maakt. Zo lang ze maar beroepsmatig zijn. Het standaardvoorbeeld bij uitstek hierbij is de bedrijfsleider die vindt dat hij een Porsche nodig heeft om bij zijn cliënteel te gaan. Indien hij het hard kan maken dat, gezien de status van het cliënteel waarmee hij omgaat en de uitstraling die het product heeft, hij verplicht is om met dergelijke wagen te rijden heeft de fiscus zich hier niet mee te moeien en zijn betrokken kosten volledig aftrekbaar.

In bovenstaand geval had de fiscus gebruik gemaakt van het artikel 53 dat stelt dat beroepskosten die verband houden met de beroepsactiviteit en die de beroepsbehoeften op onredelijke wijze overschrijden niet aftrekbaar zijn.
Wij besparen u de details maar ook de rechtbank deelt het standpunt van de fiscus dat ‘een beroepsactiviteit permanent verlieslatend blijft'.

Zij gaat hierbij uit van de logica dat iemand die een activiteit uitoefent die ieder jaar verlieslatend is toch zal beseffen dat hij zo snel mogelijk hiermee moet stoppen.

Besluit

Zo ziet u dat ook onze rechtbanken soms een sociale rol vervullen door mensen tegen zichzelf te beschermen.

Mocht u echter met deze problematiek geconfronteerd worden en u wenst ondersteuning om uw dossier te verdedigen, contacteer ons dan gerust.

Contacteer ons