Contacteer ons

X

Schenking door een ouder van roerende goederen: vruchtgebruik voor de langstlevende echtgeno(o)t(e)?

Inleiding

Het komt vaak voor dat ouders beslissen om tijdens hun leven een vermogensverschuiving tot stand te brengen ten voordele van hun kinderen of één van hen. Eén van de mogelijkheden om dit te realiseren is door over te gaan tot een roerende schenking.

Indien dergelijke schenking ondoordachtzaam tot stand komt, kan dit echter onvoorziene en ongewenste gevolgen hebben bij een later overlijden van de schenker indien deze een langstlevende echtgenoot of echtgenote nalaat.

 

De valkuilen

 Valkuil 1: inbreng van het geschonken goed en het erfrechtelijk vruchtgebruik van de langstlevende echtgeno(o)t(e)

Doorgaans zal een schenking aan de kinderen of één van hen op voorschot van het erfdeel gebeuren. Op deze manier wordt de gelijkheid onder de kinderen behouden maar verkrijgt de begiftigde een bepaald goed op voorhand.

De gelijkheid wordt verzekerd door de techniek van de inbreng: de schenking zal bij overlijden terug moeten keren naar de nalatenschap. Bij roerende goederen gebeurt dit door mindere ontvangst.

Stel dat de schenker drie kinderen heeft en hij wenst één van hen tijdelijk een voordeel te verschaffen zonder de gelijkheid onder de overige kinderen in het gedrang te brengen. Hij schenkt een bedrag van 50.000 euro aan één van hen op voorschot van erfdeel. Indien de schenker later overlijdt zal deze 50.000 euro worden ingebracht door mindername. Met andere woorden, in het geval de nalatenschap bestaat uit 550.000 euro houdt dit in dat het begiftigde kind nog 150.000 euro tegoed heeft en de andere twee kinderen elk 200.000 euro zullen erven.

De inbreng heeft echter ook tot gevolg dat de langstlevende echtgeno(o)t(e) op het geschonkene zijn of haar vruchtgebruik kan laten gelden (zoals op de overige eigen goederen van de overledene). Dit houdt in dat de begiftigde na het overlijden van de schenker een bepaald deel van het geschonken bedrag, gelijk aan het vruchtgebruik van de langstlevende, zal moeten teruggeven ofwel in één keer ofwel op basis van een maandelijkse rente. Dit zal niet altijd gemakkelijk zijn: bijvoorbeeld omdat het vaak jaren na de schenking dient te gebeuren of omdat de geschonken gelden reeds gespendeerd zijn.

Valkuil 2: De schenker dient niet gehuwd te zijn op moment van de schenking

Ook indien de schenker op het moment van de schenking ongehuwd is maar later beslist om te hertrouwen, zal ten gevolge van de inbreng het vruchtgebruik van de stiefouder spelen.

Dit is doorgaans niet de wil van de schenker en zal ook de relatie tussen stiefouder en stiefkind niet bevorderen.

Besluit

Uit het voorgaande blijkt dat, indien de schenker wenst dat het vruchtgebruik van zijn of haar echtgeno(o)t(e) wordt uitgesloten, het van belang is om laatstgenoemde in de schenkingsakte of in een later document te laten verklaren dat hij of zij afstand doet van zijn of haar vruchtgebruik op het geschonken goed.

Door de schenkingsdocumenten met de nodige zorg op te stellen, kunnen dergelijke ongewenste gevolgen ten gevolge van het erfrecht vermeden worden.

Contacteer ons